“We are splinters and mosaics; not, as they used to hold, immaculate, monolithic, consistent wholes.” schreef Virginia Woolf in een van haar dagboeken. Wanneer ik schrijf raak ik soms gefrustreerd met de manier waarop ik mijn gedachtenstromen volg, laat dwalen en met vele omwegen weer terug probeer te leiden. Ik denk niet in paden, ik denk ik sprongen kriskras door het landschap van een stad. De versplinteringen van mijn zijn spelen tikkertje zonder ooit uitgeput te lijken raken. Het is te zien aan de letters, die rechtop en netjes op afstand van elkaar beginnen, maar langzaam in elkaar verstrengeld raken zonder richting of doel. Ingarden zag het onderbreken van de flow van het lezen als een defect. Wat zal hij wel niet gedacht hebben over de vele onderbrekingen in mijn schrijven?